Veelgestelde vragen

Antwoorden op vragen over de Omgevingswet bij Zaanstad voor samenwerkingspartners en andere geïnteresseerden.

1. Wat is de Zaanse aanpak?

De Zaanse aanpak is erop gericht om alvast te werken in de geest van de Omgevingswet. 

Pilots en beleidsvernieuwingen

In Zaanstad zijn we begonnen met de voorbereidingen van de Omgevingswet. Bijvoorbeeld met pilots onder de Crisis- en Herstelwet voor de Hemmes en het Hembrugterrein. Er zijn meerdere pilots en beleidsvernieuwingen die aansluiten bij de geest van de Omgevingswet. Zaanstad is op dit moment een van de koplopers in de invoering van de wet. Dit komt enerzijds door de programmatische aanpak. Anderzijds omdat we nu al bestemmingsplannen actualiseren in plaats van het houden aan de juridisch verplichte termijn. 

Principes Zaanse aanpak

De Zaanse aanpak is gebaseerd op de volgende principes: 

We gaan nu al aan de slag met de voorbereiding van de invoering.

  • We kiezen hierbij een proces van denken en doen, waarbij het daadwerkelijk doen steeds nieuwe ervaringen en kennis oplevert om vervolgstappen te zetten. 
  • We benoemen een aantal tussentijdse resultaten op weg naar het wenkend perspectief van de Omgevingswet, zodat de opgave behapbaar wordt. 
  • De al opgestarte pilots dragen bij aan cultuurverandering. De ervaring die we in de pilots opdoen, wordt uiteindelijk geïntegreerd in de werkwijze van de Omgevingswet. 
  • We zetten vernieuwende stappen die in de geest van de Omgevingswet direct bijdragen aan de doelstellingen van Zaanstad en de Omgevingswet. 
  • Met onze ervaringen hebben we invloed op het wetgevingstraject van de Omgevingswet. 
  • Voorbereiding op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) door rekening te houden met de eisen voor de digitalisering en open data. 

Pragmatische aanpak 

De uitvoering van de pilots zal zo veel mogelijk in de bestaande afdelingen plaatsvinden, zoals het werken aan het omgevingsplan als opvolger van de bestemmingsplannen. Vanuit het programma worden projecten en pilots gestimuleerd en gefaciliteerd in de uitvoering. Overkoepelend werken we vanuit het programma aan een aantal interdisciplinaire en domeinoverschrijdende projecten die cruciaal zijn voor de implementatie van de Omgevingswet. We kiezen een pragmatische aanpak en bepalen per project waar deze de grootste meerwaarde kunnen leveren voor een lerende organisatie.

2. Hoe betrekken jullie de raad en B&W?

Het bestuurlijk opdrachtgeverschap voor de implementatie van de Omgevingswet bestaat uit een bestuurlijk team (superstaf) van portefeuillehouders Ruimtelijke Ordening, Milieu, Grondzaken (Dennis Straat, Sanna Munnikendam, Addy Verschuren). De fysieke leefomgeving heeft raakvlakken met verschillende sectorale portefeuilles, maar ook met onder andere actief burgerschap en dienstverlening. In de superstaf worden vooral onderwerpen en besluiten van integraal karakter met cross-overs tussen de verschillende portefeuilles besproken.

Omgevingscarré

Het Omgevingscarré is een periodieke bijeenkomst voor uitwisseling tussen ambtenaren en een vertegenwoordiging van de raad in een a-politieke setting. Onderwerpen kunnen worden aangedragen door raad, wethouders of ambtelijke organisatie. De raadsleden willen zich verdiepen in de nieuwe wetgeving met als doel meer inzicht over de gevolgen van de nieuwe wetgeving. De eerste periode is vooral ingezet als gezamenlijk leertraject: het verkennen van de rol van de gemeenteraad, het adviseren over de veranderopgave en de besluitvorming door de raad. In 2017 heeft het Omgevingscarré nadrukkelijk gewerkt aan het betrekken van de gemeenteraad door o.a. het organiseren van workshops over participatie en open en gesloten normen. Tevens is er gewerkt aan het woordenboek Omgevingswet voor raadsleden. Op advies van het Omgevingscarré worden ook regelmatig kennisbijeenkomsten georganiseerd.

3. Waar vind ik informatie over de deelprojecten?

Alle informatie over deelprojecten kunt u vinden op deze website onder Over de omgevingswet.

4. Wat zijn de ervaringen met werken in de geest van de Omgevingswet?

Er zijn verschillende ideeën over wat het werken in de geest van de Omgevingswet inhoudt. Het is goed om het over de feitelijkheden te hebben in plaats van de wensbeelden. 

Het blijkt eenvoudig om de pioniers bij elkaar te krijgen en de projecten op te starten. Het enthousiasme bij het opstarten is dan ook groot. Het is vervolgens moeilijker om de nieuwe werkwijze goed te verankeren in de organisatie. Sommige afdelingen volgen langzaam. Ook niet alle medewerkers zien op dit moment in wat de Omgevingswet voor hun werk gaat betekenen. Om deze reden hebben we in oktober 2017 een Pressure cooker georganiseerd, vanuit het project Ketensamenwerking Omgevingsvergunning. Het doel was om intensief onze denkkracht te verenigen over hoe we het proces van de omgevingsvergunning kunnen verbeteren en versnellen. 

Andere aandachtspunten zijn het goed betrekken van de raad en de afdeling P&O bij de veranderende organisatie.

5. Wat kost (het werken in de geest van) de Omgevingswet

Landelijke afspraken

Over de bekostiging van de Omgevingswet zijn in het bestuursakkoord de volgende globale afspraken gemaakt:

  • Eenmalige investeringen worden betaald door het Rijk. Hieronder vallen kosten voor het Digitaal Stelsel, het informatiepunt en de invoeringsondersteuning.
  • Structurele uitvoeringskosten worden met een verdeelsleutel verdeeld over de betrokken gemeenten. De gemeenten betalen gezamenlijk 70% van deze kosten (gemaximaliseerd op 18 mln-40 mln per jaar, afhankelijk van het ambitieniveau). Aan de hand van business cases van het Digitaal Stelsel wordt gekeken wat de uiteindelijke kosten werkelijk worden.
  • Transitiekosten komen voor rekening van de gemeente zelf. Hieronder vallen alle kosten op gebied van implementatie, organisatie en cultuurverandering en de systeemtechnische aansluiting op het DSO. 
  • De besparingen die met het nieuwe stelsel gerealiseerd worden, gaan niet terug naar het Rijk en komen ten gunste van de betrokken partijen.

Zaanstad: dekking programmakosten via begroting

  • Op basis van een grove inschatting van de impact van de Omgevingswet zijn nu al reserveringen opgenomen in de kadernota en de begroting voor 2018-2021. Dit is een schatting van de programmakosten gericht op de vier Zaanse veranderopgaven van de Omgevingswet (gebied, gebruiker, competenties en techniek) en de dekking van de kosten vanuit de projecten. 
  • Er is een globale inschatting gemaakt van de kosten voor de aansluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Hiervoor is gebruik gemaakt van het model van KING/Deloitte.

6. Wat is er nodig voor de implementatie van de Omgevingswet?

Voor de implementatie van de Omgevingswet is allereerst voldoende geld nodig. Daarnaast is een daadkrachtige directie en bestuur noodzakelijk, want zij nemen het uiteindelijke besluit over de aanpak. Ambtelijk is er ondersteuning en een enthousiast bevlogen team nodig om de implementatie uit te voeren.

7. Wat is de meerwaarde van ‘gewoon doen’?

De pilots die in Zaanstad uitgevoerd worden, zijn geen simulaties, maar echte projecten die in de gemeente uitgevoerd worden. Dit betekent dat de inzet maximaal is en de gevolgen reëel. Voorbeelden: Hembrugterrein, pressure cooker (ketensamenwerking), omgevingsverordening, omgevingsvisie, bestemmingsplannen in de geest van de Omgevingswet. Kijk op Over de Omgevingswet voor meer informatie hierover.

8. Hoe worden de medewerkers betrokken?

De medewerkers worden betrokken door het organiseren van inspiratiedagen (twee keer per jaar). Tijdens de inspiratiedagen worden workshops gegeven in de geest van de Omgevingswet. Een voorbeeld van een workshop is serious gaming, een spel bedoeld om te leren, gedragsveranderingen te bewerkstelligen of samenwerking te versterken. Ook worden er in de zomer workshops gegeven over de Omgevingswet om de medewerkers te informeren. Daarnaast is er een programmagroep opgericht waarin verschillende afdelingen zijn vertegenwoordigd. Tijdens overleggen wordt kennis en informatie gedeeld en opgehaald. 

Rondom de verschillende bestuursopdrachten zijn er projectgroepen georganiseerd. De projectleider brengt de (tussenresultaten) ter bespreking in de programmagroep, en daarna ook naar de ambtelijke en bestuurlijke opdrachtgever. 

9. Wat is de visie van de gemeente op de cultuuromslag bij de gemeente? Wat is de visie van de gemeente over de nieuwe rollen?
Wat zijn de verwachte veranderingen in verhoudingen tussen betrokken partijen?

De invoering van de Omgevingswet sturen we aan via een programmatische aanpak. Het programma Omgevingswet richt zich op de vier veranderopgaven (gebied, gebruiker, competenties en techniek). De programmatische aanpak richt zich op: 

  • Het stimuleren van de organisatie om te werken in de geest van de Omgevingswet. We richten ons op de opgaven van het gebied, samen met de gebruikers van het gebied en de partners.
  • Het meedenken en invloed hebben op landelijke wetgeving en uitwerking Digitaal Stelsel door proactieve participatie in G32-verband en samen met de G4, VNG en Ministerie I&M.
  • Het vormgeven van de gemeentelijke kerninstrumenten van de Omgevingswet: de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning met als doel een beter instrumentarium om de Zaanse ambities voor de fysieke leefomgeving waar te maken.
  • Vanuit gebruikersperspectief inzetten op transparante, adequate en snelle dienstverlening, procesmanagement en procedures (digitaal en face to face).
  • Het vormgeven aan de integrale afweging en bestuurlijke afwegingsruimte door samenwerking door in de keten met uiteenlopende partijen. 
  • Invulling geven aan het digitaal stelsel. 

Interdisciplinaire benadering

De verbeterdoelstellingen van de Omgevingswet sluiten nauw aan bij het gemeentelijk veranderproces in het fysieke domein (hervormingsagenda) en volgen op de ontwikkelingen in de maatschappij. De Omgevingswet is een integrale wet en heeft betrekking op het fysieke domein, maar heeft ook veel raakvlakken met maatschappelijke en economische vraagstukken. Dienstverlening en informatievoorzieningen zijn belangrijke voorwaarden. De implementatie van de Omgevingswet vraagt om een interdisciplinaire en brede benadering om de beoogde doelen te behalen. Om het Zaanse ambitieniveau te bepalen wordt de eindsituatie als wenkend perspectief geschetst.

Dynamisch leerproces

De implementatie van de Omgevingswet is geen project. Het is een veranderingsproces met uiteenlopende onderdelen waaronder de cultuurverandering in de hele keten, een digitale systeemverandering en de verandering van wet- en regelgeving. Het implementatieplan is erop gericht deze verandering aan de hand van de vier veranderopgaven (de rode draad van de verandering) te ondersteunen. De implementatie is dynamisch en gebaseerd op de leerervaringen – individueel en collectief.

Verandering is bewegen én stilstaan

De Omgevingswet moeten we zien in de context van de veranderende maatschappij. Veel sociale, economische en ook klimatologische ontwikkelingen hebben invloed op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De verandering is al ingezet, de wet- en regelgeving is volgend. De implementatie van de Omgevingswet is geen doel op zich, maar heeft tot doel om de beoogde cultuurverandering, gericht op de Zaanse gebieden en gebruikers, door te voeren. Vormgeven aan verandering in samenwerking met uiteenlopende partijen in de fysieke leefomgeving is een van de rode draden in het implementatieprogramma. 

In ieder project van het programma Omgevingswet gaat het om vernieuwing, andere manieren van werken en experimenteren in de geest van de Omgevingswet. Soms gaat het om het creëren van beweging, door bijvoorbeeld nieuwe projecten, maar soms ook om gerichte interventies om stilstand te veroorzaken, bijvoorbeeld door oude routines te doorbreken. De fysieke leefomgeving wordt vormgegeven door veel partijen. Dit proces van verandering is een gezamenlijke opgave.

Hoog contrastGa naar Zaanstad.nl